
Volgens een artikel van 20 november 1971 in GVA boomde de volleybalsport. In een interview stelt Jean De Clercq, toen verantwoordelijke voor de competitie, dat er een groei is in een jaar tijd van 45 naar 65 ploegen en van 1000 naar 1200 leden in de provincie Antwerpen. In België waren er in 1950 een 2000 leden, in 1965 5000 en ten tijde van het interview 17000 leden. Dit had echter niet enkel voordelen. Er was een nijpend tekort aan geschikte zalen.
De prille beginjaren werden gedomineerd door Brusselse clubs, Leopold Club Ukkel, ASUB, Elsene. In 1957 werden ze afgelost door de Antwerpse clubs Spartacus en natuurlijk Brabo dat 11 maal na elkaar landskampioen werd. In de jaren 70 zag men echter die Antwerpse clubs ten onder gaan. Ijsberen worden Barreeltje dat dan weer fuseerd met Lebbeke, Spartacus gaat samen met Smash Herentals dat samengaat met Rebels Lier dat verdwijnt, Brabo fuseert met Bree.
De fakkel wordt in dat decennium overgedragen aan de provinciesteden Lier, Turnhout en Kortrijk. Lier bestaat ondertussen niet meer, Kortrijk is samengegaan met Roeselare en Turnhout heeft na vele fusies hun thuis gevonden in Oud-Turnhout.
We beginnen de jaren 70 met Anderlecht, ASUB, Atlas, Barreeltje, Brabo, GMC, Hoevoc, Kortrijk, Sipico, Smash, Rembert en VTS. Kortrijk is het best vertegenwoordigd met 3 clubs, Kortrijkse, Atlas en VTS. Met Rembert er bij zijn er 4 Westvlaamse clubs. Brabant met Brussel er bij tekent present met 3 clubs. Er zijn 4 ploegen uit de provincie Antwerpen en Hoevoc is de enige vertegenwoordiger uit Limburg. Na tien seizoenen zijn daar enkel Asub en Hoevoc dvan overgeschoten. We zien dat Limburg zich als volleybalprovincie profileert met 5 vertegenwoordigers. Brabant heeft er 4, Antwerpen 2 en West-Vlaanderen 1. Het zwaartepunt heeft heel het land doorkruist en is verschoven van West Vlaanderen naar Limburg. In heel deze periode zien we geen enkele ploeg uit Wallonië of uit Oost-Vlaanderen.
Kampioenen
1970 Anderlecht
1971 Rebels
1972 Rebels
1973 Rembert
1974 Rebels
1975 Turnhout
1976 Turnhout
1977 Turnhout
1978 Ibis
1979 Ibis
1969-1970
De strijd ging lang tussen 3 kandidaten. Brabo, dat op 5 westrijden van het einde 2 zeges voor stond op Barreeltje en Anderlecht maar dan verloor tegen Asub en datzelfde Anderlecht. Deze won dan ook nog eens het onderling duel tegen Barreeltje. Anderlecht vierde dat jaar zijn enige landstitel. Ze wonnen dit op setgemiddelde tegen Brabo dat evenveel punten had. Nieuwe ploegen dat jaar waren Atlas Kortrijk en Smash Herentals, Verdwenen aan het einde van het seizoen GMC en Kortrijkse.
1970-1971
Dit seizoen werd gedomineerd door nieuwkomer Rebels Lier dat door een fusie met Smash Herentals recht uit derde nationale kwam en meteen landskampioen werd. Rebels kon rekenen op Staf Verlooy, Hugo Huybrechts, Louis Van Heurck, Danny Van Dijck, Vennekens, Van Mierlo en Jef Mol.
1971-1972
De dominantie van Rebels was dit jaar nog groter. Ze speelden kampioen zonder een verliesmatch en met 4 punten meer dan het Rembert van Roger Maes. Diezelfde speler ging wel met de eerste trofee van speler van het jaar lopen voor Jef Mol van Rebels. Het verschil in punten was echter heel groot. Tot 1979 zouden zij de trofee onder hun twee verdelen met een lichte voorkeur voor Jef Mol. Pas in 1980 doorbrak Jan Vangheluwe de hegemonie.
1972-1973
In 1973 won Roger Maes zijn eerste van drie landstitels. Zijn enige met Rembert, de overige twee won hij met Ibis Kortrijk. Het verschil met Rebels werd gemaakt door een beter setgemiddelde. De afstand met de derde, ASUB was echter wel groot. Hier was de prijs van beste volleyballer dan weer voor Jef Mol die het haalde met 5 punten voor Roger Maes.
1973-1974
De laatste van Rebels die al bij al een korte regeerperiode hadden. De landstitel in 1971 als nieuwkomer veroverd om in 1979 het laatste jaar mee te draaien in de hoogste klasse, te degraderen en vervolgens reeds te stoppen.
1974-1975
Jef Mol die al enkele jaren in Turnhout speelde, veroverde zijn tweede landstitel met Turnhout. Hij werd speler van het jaar met een enorme voorsprong op Ronny Rongé van Genk. Ze pakten de titel met 6 verliesmatchen en 1 punt voorsprong op vier ploegen, ASUB, Rebels, Hoevoc en Brabo.
1975-1976
Bij de tweede landstitel had Turnhout al wat meer ruimte, 2 punten op ASB en 3 op Ibis dat voor het eerst komt meedoen voor de prijzen. Mijn club, 't Vestje Herentals (voor het gemak gewoon Herentals) komt voor het eerst piepen.
1976-1977
In 1977 behaalt Turnhout zijn laatste landstitel met ruime voorschot (5 punten) op Ibis. Brabo degradeert en zal fuseren met Bree dat nog altijd (2026) met het stamnummer 47 speelt. Ook Rembert dat enkele jaren er voor nog kampioen speelde, weet zich ternauwernood te redden. Voor wie het wil weten, dit was ook mijn eerste jaar op de bank bij Herentals. Ik zou er nooit afraken.
1977-1978
De eerste van Ibis en de tweed van Roger Maes. Voor Jef Mol de vijfde en laatste trofee van speler van het jaar. Turnhout, Ruisbroek en Red Star zijn de dichtste achtervolgers.
1978-1979
De laatste maal Roger Maes zowel voor de landstitel als voor de trofee van beste speler. Na dit jaar zoekt hij lagere regionen op. Jef Mol is ondertussen verhuisd naar Ruisbroek dat nu ook meedoet voor de titel.
.png)



%20(1)_edited.png)
.png)
.png)






